Het is vandaag:
 
Leerlingbegeleiding
Leerlingbegeleiding
Uitgangspunt van de begeleiding is dat het welbevinden van de leerlingen op school een voorwaarde is voor een goede ontplooiing van hun capaciteiten. Voor de begeleiding in het vak is de vakdocent de aangewezen persoon. Ondersteunend aan de informatie over de leerling vanuit de basisschool en de vakdocenten worden in klas 1 een drietal testen standaard uitgevoerd (dyslexiescreening, IST en SVL). 

Testen voor leerlingen
Ter ondersteuning van de leerlingbegeleiding nemen wij testen af. In klas 1 wordt een drietal testen afgenomen. In het begin van het schooljaar nemen de mentoren de IST (Intelligenz Struktur Test) af bij de leerlingen. Deze intelligentietest geeft een goed beeld van de sterke en zwakke kanten van de leerling op taal- en rekengebied. Bovendien toetst een gedeelte van de test het geheugen en de algemene kennis. In dezelfde periode wordt de dyslexiescreening afgenomen bij alle leerlingen. In het najaar volgt dan de SchoolVragenLijst (SVL), die ingaat op de motivatie, huiswerkattitude en welzijn van de leerling. Met deze testen en vragenlijst wordt een helder en inzichtelijk beeld van de leerling geschetst, waardoor de begeleiding, in ondersteunende dan wel verbredende zin, op maat aangeboden kan worden door de mentor, de orthopedagoog of een leerlingbegeleider. De mentoren bespreken de uitslagen hiervan met de leerling tijdens de mentorgesprekken. De ouders worden hiervan tijdens de ouderavonden op de hoogte gesteld.

Op het gebied van de sociaal-emotionele begeleiding en keuzebegeleiding van onze leerlingen zijn de volgende functionarissen actief op school:
 - mentor
 - teamleider
 - schooldecaan
 - zorgcoördinator onderbouw en bovenbouw
 - zorg advies team (ZAT)
 - orthopedagoog
 - zorgcoach
 - school-CJG’er en CJG-coach
 - jeugdarts
 - leerplichtambtenaar
 - wijkagent/jeugdagent

De mentor
De mentor behartigt de belangen van de leerlingen in zijn klas. De leerlingen en hun ouders wenden zich dan ook in eerste instantie tot de docent die als mentor fungeert, indien zich problemen voordoen of als er vragen rijzen. De mentor kan tussentijds de stand van zaken opmaken voor een leerling door bij zijn collegae de beschikbare gegevens te verzamelen. Aan de andere kant kan de mentor bijzondere informatie over een leerling, op verzoek van de ouders bijv., aan de overige docenten of aan de schoolleiding doorgeven. Het is gebruikelijk dat de mentor in het eerste leerjaar in de loop van de cursus met alle ouders een keer contact opneemt, omdat in de eerste klas de problemen van de leerlingen i.v.m. de aanpassing vaak het grootst zijn. Het is in het algemeen van groot belang dat ouders ook zelf initiatief nemen om, indien nodig, contact te zoeken met de mentor.

De teamleider
Vanaf het schooljaar 2012-2013 werken wij met drie teamleiders. De teamleiders zijn organisatorisch verantwoordelijk voor hun jaarlagen en vanuit die rol aanspreekpunt voor de mentoren. Daarnaast hebben zij ook andere taken binnen de organisatie. De teamleider voor de jaarlagen 1 en 2 is mevrouw Hesselink, voor de jaarlagen 3 en 4 de heer De Wilde en voor de jaarlagen 5 en 6 mevrouw Scheltema.

De schooldecaan
De decaan, mevrouw Slijngard, is verantwoordelijk voor de begeleiding in de oriëntatie op de profielkeuze en de studiekeuze.

• Profielkeuze
Voor de begeleiding in de profielkeuze werkt de decaan nauw samen met de mentoren van klas 3 om ervoor te zorgen dat leerlingen een keuze maken die past bij hun interesses en capaciteiten. De decaan voert met elke leerling een gesprek over het gekozen profiel en de keuzevakken. In dit gesprek worden ook de uitkomsten van de diverse testen, de adviezen van de vakdocenten en de schoolresultaten besproken. De decaan geeft aan ouders zowel een algemene als een specifieke voorlichting over profielkeuze.

• Studiekeuze
Het is noodzakelijk dat leerlingen zich goed voorbereiden op hun toekomst en zich dus goed oriënteren en verdiepen op mogelijke vervolgopleidingen. De decaan geeft hierover algemene voorlichting aan leerlingen en hun ouders. De leerlingen worden gestimuleerd om deel te nemen aan diverse voorlichtingsactiviteiten, die door het Hoger Onderwijs worden georganiseerd. De decaan voert met de leerlingen gesprekken en helpt hen om zich de juiste vragen te stellen, waardoor zij een verantwoorde studiekeuze kunnen maken. Het Stedelijk Gymnasium Breda vindt het belangrijk dat ouders/verzorgers op de hoogte zijn van het studiekeuzeproces van hun kind. Een goede oriëntatie op vervolgopleidingen en discussies over toekomstplannen moeten zowel op school als thuis plaatsvinden.
De decanensite

De zorgcoördinator onderbouw en bovenbouw
In de tweedelijns zorg is de zorgcoördinator de spil. De zorgcoördinator adviseert bij het verbeteren van de zorgstructuur en ziet toe op de uitvoering van de zorg zoals die is afgesproken. De zorgcoördinator heeft zowel oog voor de preventieve als de curatieve zorg binnen de school. De volgende taken zijn hierbinnen voornamelijk te onderscheiden.  (lees meer)

• Beleid en beleidsvoorbereiding
Opzetten, uitbreiden en verbeteren van de zorgstructuur; bewaken van de zorg binnen de school en inventariseren van zorgbehoefte bij leerlingen binnen de school.
• Taken i.v.m. zorgteam
Aansturen van de zorg advies team (ZAT-)bijeenkomsten; bespreken van aangemelde zorgleerlingen; ondersteunen van mentoren en  teamleiders bij de aanmelding en begeleiding van leerlingen in het zorgteam; contacten onderhouden met externe deskundigen.
• Preventieve zorg
Actieve deelname in samenwerkingsverband RSV Breda en o. met alle middelbare scholen; 
preventie-aandachtpunten oppakken en uitwerken met externe deskundigen; ouders ondersteunen bij rugzak-aanvragen.

Zorg Advies Team (ZAT)
Een ZAT is bedoeld als overleg team, waarin een aantal zaken op gebied van zorg besproken worden.
Op onze school bestaat er een interne en een externe variant.

In het ZAT-intern hebben de belangrijkste bij zorg betrokken medewerkers van onze school zitting. Er is een aantal keer per jaar preventief overleg over zorgitems die nog komen (zoals Passend Onderwijs), coördinerend overleg over wie wat doet en een inventarisatie van de zorgvragen die vanuit leerlingen, ouders en collega’s op onze school leven. Soms worden individuele leerlingen met hun specifieke zorgvragen besproken.

Het ZAT-extern is het ZAT-intern aangevuld met belangrijke spelers op het gebied van jeugdzorg van buiten de school: de school-CJG-er, de jeugdarts, de wijkagent en de leerplichtambtenaar (zie verder). De ‘externen’ nemen ook deel aan ZAT’s van andere scholen en brengen veel expertise in. Deze wordt gebruikt om enkele malen per jaar op en met onze school preventieve afspraken te maken, een heldere communicatie tussen ons en de jeugdzorgpartijen te creëren en, ook hier, individuele leerlingen met hele specifieke zorgvragen te bespreken. Een ZAT is gebonden aan diverse protocollen, documenten met regels en afspraken, waarin met name afgesproken is op welke wijze met de privacy van besproken leerlingen en de vertrouwelijkheid van de informatie moet worden omgegaan. Dit staat hoog in het vaandel.

Wanneer wordt een leerling door een ZAT besproken? Normaal gesproken wordt zorg omtrent een leerling opgepakt door de mentor. De mentor is immers de spil in de begeleiding van die leerling. Echter, soms blijkt dat de problematiek van een leerling zo onduidelijk of zo groot is, dat een mentor niet alleen de zorg voor zo’n leerling weet te organiseren. Een leerling wordt dan ingebracht in het ZAT-intern. Mogelijk wordt dan duidelijk dat onze school de juiste kennis van zaken mist. In dat geval wordt doorverwezen naar het ZAT-extern. Dit laatste is vooral het geval wanneer ook zaken meespelen die niet direct met school zelf te maken hebben (denk bijvoorbeeld aan gezondheid of thuissituatie). Vóór het ‘inbrengen’ van een leerling in het ZAT-extern wordt in principe toestemming aan ouders gevraagd of een leerling besproken mag worden. Echter, de school mag, wanneer dat uit oogpunt van zorg nodig geacht wordt, de leerling hoe dan ook in alle vertrouwelijkheid in een ZAT bespreken, voordat de toestemming geregeld is.

De orthopedagoog
Voor de begeleiding van leerlingen met leer- en of gedragsvragen maakt de school gebruik van de deskundigheid van een orthopedagoog, mevr. S. Hoogendoorn. Zij inventariseert en diagnosticeert bij complexe problematiek en ondersteunt bij de uitvoering van handelingsplannen. Zij verwijst, indien nodig, ook door naar buitenschoolse hulpinstanties.

De zorgcoach
Voor een aantal leerlingen zal noodzakelijke extra begeleiding voor een mentor mogelijk te complex zijn, zonder dat meteen een orthopedagoog of externe hulp ingezet kan of moet worden. Hiervoor worden dan een aantal docenten ingezet die als zorgcoach een leerling (tijdelijk) mee onder de hoede nemen om te begeleiden op het gebied van bijvoorbeeld plannen & organiseren, faalangst, autisme, dyslexie, etc.

School-CJG’er van het Centrum voor Jeugd en Gezin
Een dagdeel per week is de heer Van Alphen als school-CJG’er op school aanwezig. Hij is ook deelnemer in beide ZAT’s op school en wordt ondersteund door mevrouw Van Bree, een CJG-coach. Beiden zijn in dienst van het Centrum voor Jeugd en Gezin in Breda. Alle instanties in Breda die met kinderen, jongeren en opvoeden te maken hebben, werken samen in het CJG.

De werkzaamheden richten zich voornamelijk op het welzijn van leerlingen op school en hun ouders. Het doel is een bijdrage te leveren aan het voorkomen van voortijdig schoolverlaten van leerlingen om welke reden dan ook. Dit alles in samenwerking met ouders en school. In principe wordt door hem eerst zelf een luisterend oor en hulp geboden, bij ingewikkelde en zwaardere problemen kan hij ouders gespecialiseerde zorg- en hulpverleningsinstellingen adviseren.

Leerlingen kunnen op school, vrijblijvend, een gesprek voeren met de school-CJG’er op aangeven van ouders, de mentor, de teamleider of de zorgcoördinator. Leerlingen kunnen ook zelf vragen om een gesprek als zij dit zouden willen. Bij kinderen onder de 16 jaar geldt dat er toestemming moet zijn van ouders voor het contact met de school-CJG’er, tenzij er aanwijsbare redenen zijn (bijvoorbeeld veiligheid van het kind) om dit niet te doen. Informatie van de leerling en over de leerling wordt vertrouwelijk behandeld. Voor meer informatie over school-CJG kunt u terecht bij de mentor, de teamleider of de zorgcoördinator. Hij is ook voor (vertrouwelijke) vragen rechtstreeks bereikbaar op cjg@gymnasiumbreda.nl . Meer informatie over het CJG is te vinden op www.cjgbreda.nl.

De jeugdarts
De jeugdarts op onze school is mevrouw Vanneste van de GGD. Op verzoek van school onderzoekt of spreekt zij leerlingen, samen met hun ouders, bijvoorbeeld bij vragen over gedrag of sociaal emotionele ontwikkeling en neemt zij deel in het ZAT. Haar expertise ligt in de beoordeling van problemen vanuit een sociaal-medische invalshoek. Het samen met een school signaleren van problemen, die mogelijk van invloed zijn op het welbevinden van de leerlingen en hun (school)functioneren, en het adviseren over de aanpak hiervan, is een belangrijke taak van de jeugdarts. Wat kunnen we samen doen om de ontwikkeling van deze leerlingen te optimaliseren? Ouders en leerlingen kunnen ook zelf een consult aanvragen. Zij kunnen daarvoor (vertrouwelijk) contact opnemen met mevrouw Vanneste via ggd@gymnasiumbreda.nl. Algemene en/of specifieke vragen kunnen daar ook gesteld worden.

In klas 2 krijgen alle leerlingen een digitale screening van de GGD omtrent gezondheid en levensstijl. Bij opvallende resultaten volgt een toelichtend gesprek met de jeugdverpleegkundige van de GGD. De ouders/verzorgers van de leerlingen ontvangen daarover vooraf bericht.

M@zl-project
De school heeft aandacht en zorg voor leerlingen die vaak of langdurig afwezig zijn vanwege ziekte, lichamelijke of psychische klachten. Wij streven ernaar om (ook) voor deze groep leerlingen de onderwijskansen te optimaliseren zodat zij hun talenten kunnen benutten. Daarom nemen we al enige tijd deel in het project M@ZL (Medische Advisering van de Ziek gemelde Leerling) waarbij de school en de jeugdarts nauw samenwerken. 

In het geval van ziekte doen ouders door de ziekmelding bij school eigenlijk een beroep op vrijstelling van het volgen van het lesprogramma voor hun kind. Bij langdurig of frequent ziekteverzuim gaan we als school met de ouders en leerling in gesprek. Het doel van dit gesprek is het optimaliseren van de zorg rondom de leerling, zodat deze zo min mogelijk hoeft te verzuimen en/of zo snel en goed mogelijk weer terug naar school kan. Toch kan er soms in dit gesprek onduidelijkheid blijven over een realistische belastbaarheid van de leerling. De school kan dan, naar aanleiding van dit gesprek, advies vragen aan de jeugdarts. Er volgt dan op korte termijn een uitnodiging aan de ouders om samen met hun zoon of dochter naar de GGD West-Brabant te komen voor een consult. De jeugdarts bespreekt de klachten en redenen van de ziekmeldingen of het ziekteverzuim en zoekt samen met ouders en leerling naar gewenste zorg. De arts heeft, indien van toepassing, contact met de behandelaars. De arts adviseert over deelname aan het lesprogramma en zo nodig over gewenste aanpassingen. Tevens biedt de arts handvatten aan ouders, leerling en school voor het optimaliseren van deze deelname. Het gesprek is vertrouwelijk. In verband met het medische beroepsgeheim koppelt de arts inhoudelijke informatie alleen na toestemming van de ouder(s) en/of de leerling terug aan de school.

De leerplichtambtenaar
De aan onze school verbonden leerplichtambtenaar is mevrouw Verwijs. Zij neemt deel aan het ZAT-extern en houdt regelmatig spreekuur bij ons op school. Ze houdt zich bezig met leerlingen die door school gemeld worden, omdat ze veelvuldig te laat komen of veel verzuim hebben. Ze heeft daarbij gesprekken met leerlingen en eventueel ouders omtrent de oorzaken van verzuim en probeert mee oplossingen te zoeken om het verzuim terug te dringen. Ook kunnen leerlingen en docenten zelf bij haar terecht voor informatie of advies via leerplicht@gymnasiumbreda.nl

De wijkagent/jeugdagent
De aan onze school verbonden wijkagent is de heer Vissers en de jeugdagent is de heer Bhawan. Zij nemen deel aan het ZAT-extern. Ze houden zich vooral om preventieve redenen bezig met onze leerlingen, ook vanuit het kader van de ‘Veilige School’, zie verder.
Via politie@gymnasiumbreda.nl kunnen leerlingen en docenten altijd (vertrouwelijk) terecht voor informatie of advies.

Stedelijk Gymnasium, passend onderwijs en het regionaal samenwerkingsverband
Per 1 augustus 2014 gaat passend onderwijs in. Door aanpassing van wetgeving worden bestaande schotten tussen voortgezet en voortgezet speciaal onderwijs weggehaald. Hierdoor krijgen scholen meer mogelijkheden om een passende plaats aan iedere leerling te bieden.
Daartoe zijn scholen verplicht aangesloten bij zogenoemde regionale samenwerkingsverbanden. In onze regio is dat het regionaal samenwerkingsverband Breda en omgeving (RSV Breda e.o.). Zij maken met elkaar afspraken over onder meer de ondersteuning (de “zorg”) aan leerlingen. Bij voorkeur op de school waar de leerling zich wil inschrijven/ingeschreven staat, maar als dat niet mogelijk is kan een leerling ook worden geplaatst in het speciaal onderwijs. Voor plaatsing in het speciaal onderwijs is een toelaatbaarheidsverklaring nodig van het samenwerkingsverband.

Per 1 augustus 2014 vervalt het “rugzakje” als vorm van ondersteuning. Die ondersteuning zelf vervalt niet. In schooljaar 2014-2015 blijft de ambulante begeleiding van leerlingen zoals die ook vorig schooljaar was. Ook het schooldeel van het budget in het rugzakje gaat nog gewoon naar de school waar de leerling is geplaatst. Zo blijft de gewenste ondersteuning beschikbaar. Ook in de toekomst blijft dat zo, alleen in een aangepaste vorm. Die vorm wordt met de leerling en diens ouders besproken door de mentor/leerlingbegeleider. Elke school heeft in zijn schoolondersteuningsprofiel beschreven welke extra ondersteuning zij kunnen bieden. Meer informatie over de taken, de functie en de rol van het samenwerkingsverband vindt u op de website: www.rsvbreda.nl.

Rebound voor als het even niet (meer) gaat
Om voortijdig schoolverlaten vanwege problematisch gedrag te voorkomen heeft de minister van onderwijs elk samenwerkingsverband in Nederland, bij ons het RSV Breda e.o., de opdracht gegeven een reboundvoorziening in te richten. Na overleg met de ouders kan de schoolleiding besluiten een leerling tijdelijk op de Rebound te plaatsen. Het doel hiervan is om een gedragsverbetering tot stand te brengen.
Een verblijf in de Rebound duurt maximaal dertien weken. Tijdens het verblijf in de reboundvoorziening volgt de leerling een traject op maat, gericht op:
 • motivatie- en gedragsverandering;
 • herstel van de verhouding met docenten en medeleerlingen;
 • verbetering van de leerattitude;
 • voortzetting van het reguliere leerstofprogramma.

Het verblijf in de Rebound is onderdeel van de schoolinterne zorgstructuur, dat wil zeggen dat voor de leerling de normale schoolregels en afspraken gelden. Het verblijf in de Rebound is erop gericht om na maximaal dertien weken weer terug te keren in de eigen klas.

School en Veiligheid
In de regio Breda en Oosterhout hebben de scholen met elkaar en in samenwerking met de gemeenten, het Openbaar Ministerie, HALT en de politie een convenant ‘Scholen en Veiligheid’ afgesloten. Onder het motto ‘Er zijn grenzen... punt uit!’ zijn afspraken gemaakt welke zaken wel en niet getolereerd worden op school. En ook welke sancties er staan op grensoverschrijdend gedrag. Bovendien is afgesproken dat vervelende incidenten met elkaar uitgewisseld worden om de eventuele dader te achterhalen en/of herhaling in de toekomst te voorkomen.
De leerlingen worden hieraan herinnerd door flyers en posters. Een ander onderdeel van het convenant is een jaarlijkse, onverwachte controle van de kluisjes onder toezicht van de politie.